Hier vindt u alle informatie rondom taken, herkansingen en mogelijkheden van beroep bij de overgangsvergaderingen.

  • Algemeen

    Contacten over leerprestaties

    De school onderhoudt met de ouders/verzorgers contacten op de volgende manieren:

    • Per cursusjaar twee contactavonden met vakdocenten en mentoren.
    • Eventueel een bespreking tussen mentor en ouders/verzorgers over het voorlopig advies.
    • Voorlichting over doorstroommogelijkheden vanaf het tweede leerjaar.
    • Telefonische en e-mailcontacten op initiatief van mentor of ouders/verzorgers zijn altijd mogelijk.

    Overgangsbeslissing

    Aan het eind van ieder cursusjaar neemt de docentenvergadering voor iedere leerling een overgangsbeslissing. Alleen in bijzondere gevallen kan de vergadering besluiten deze beslissing uit te stellen. De docentenvergadering neemt de overgangsbeslissingen op grond van de cijfers op het eindrapport en op basis van de vastgestelde overgangsnormen. De overgangsnormen vindt u als bijlage 7 bij downloads.

    Besluiten

    De docentenvergadering kan de volgende besluiten nemen: Een leerling wordt

    • bevorderd naar het volgende leerjaar van dezelfde afdeling of leerweg.
    • bevorderd naar het volgende leerjaar van dezelfde afdeling of leerweg, maar krijgt een taak opgelegd. De bevordering is pas definitief als de taak voldoende gemaakt is.
    • bevorderd naar het volgende leerjaar van een andere afdeling of leerweg.
    • bevorderd naar het volgende leerjaar van een andere afdeling of leerweg, maar krijgt een taak opgelegd. De bevordering is pas definitief als de taak voldoende gemaakt is.
    • voorwaardelijk bevorderd. Dat betekent dat de leerling naar het volgende leerjaar gaat op voorwaarde dat bij rapport één voldaan wordt aan de overgangsnormen naar het daarop volgende leerjaar. Een
    • voorwaardelijke bevordering naar een examenklas is niet mogelijk.
      nog niet bevorderd, maar krijgt een herkansing. Als de herkansing voldoende wordt gemaakt, wordt deze leerling alsnog bevorderd.
    • niet bevorderd.

    Een taak

    Een taak wordt gegeven als een leerling onvoldoende inzet heeft getoond. De taak moet op de eerste of tweede schooldag van het nieuwe cursusjaar worden ingeleverd. Als de taak onvoldoende of niet in orde is, moet die onder schooltijd alsnog voldoende worden gemaakt. Als dat is gebeurd, is de bevordering definitief. Als dat in de derde schoolweek nog niet heeft plaats gevonden, wordt aan deze leerling de toegang tot het bedoelde schooljaar definitief ontzegd.

    Een herkansing

    Als een leerling binnen de bespreekmarge valt, kan de docentenvergadering besluiten een herkansing te geven. De herkansing omvat de stof van een bepaalde periode. De docentenvergadering bepaalt welk cijfer de leerling voor deze herkansing minimaal moet halen. De herkansingen vinden plaats voor de zomervakantie of op de eerste dag van het nieuwe schooljaar. Als de gemaakte herkansing niet voldoet aan de vooraf gestelde normen, wordt de leerling niet bevorderd naar een hoger leerjaar.

    PrO

    Bij PrO worden bij de overgang naar een volgend leerjaar geen bevorderingsnormen gehanteerd. Elke leerling gaat over naar het volgende leerjaar. Bij overgang naar een hoger niveau zijn zowel de cognitieve capaciteiten als de leerlingkenmerken van belang.

    Overige aspecten

    Bij de andere afdelingen zijn bij een overgang naar een hoger of lager niveau de prestaties, uitgedrukt in cijfers, cruciaal. De behaalde cijfers zijn zichtbaar op het leerlingenportaal. Naast de cijfers kunnen ook de volgende aspecten meegewogen worden:

    • Leerlingkenmerken
    • De sociale ontwikkeling van de leerling
    • Citouitslagen
    • Rekenvaardigheden
  • Cijfers en rapporten

    Het schooljaar bestaat uit drie perioden. Iedere periode wordt afgesloten met een rapport. Het eindcijfer is het gewogen gemiddelde van de cijfers van drie rapporten. Er kunnen bijzondere omstandigheden aan de orde zijn. Bijvoorbeeld als een leerling veel ziek geweest is of tussentijds is overgeplaatst. In zulke gevallen kan de docentenvergadering besluiten dat minder voorafgaande rapporten meetellen voor het eindcijfer. Bij een tussentijdse overplaatsing bijvoorbeeld door alleen de cijfers die na de overplaatsing gehaald zijn mee te tellen. De docentenvergadering stelt de rapportcijfers en ook de cijfers op het eindrapport vast. Deze cijfers zijn rekenkundig afgerond op één decimaal. De eindrapportcijfers zijn in hele getallen.

    Bij de berekening van de cijfers voor het eindrapport wordt uitgegaan van de niet afgeronde rapportcijfers van de eerste drie rapporten. Daarbij wordt de volgende weging toegepast:

    Cijferberekening bij havo/vwo

    Alle drie rapporten tellen even zwaar mee in het eindcijfer.

    Cijferberekening bij vmbo

    Alle drie rapporten tellen even zwaar mee in het eindcijfer.

    Op- en afstroom

    Het schoolbeleid is er op gericht om opstroom (naar een hoger niveau) en vooral de afstroom (naar een lager niveau) tot een minimum te beperken. Bij op- en afstroom vervallen alle eerder behaalde cijfers.

    Tussentijdse overplaatsing

    Naar een hoger niveau vindt deze alleen plaats bij het eerste rapport. Hierbij worden de volgende criteria gebruikt:

    • De mening van de docenten over de capaciteiten van de leerling.
    • De leerling moet ten minste een 8 staan voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde. Voor de overige vakken moet het gemiddelde ten minste 7,5 zijn.
    • De leerlingkenmerken: instelling, leervermogen, werkhouding, motivatie en doorzettingsvermogen.

    Tussentijdse overplaatsing naar een lager niveau kan plaatsvinden bij zowel het eerste als het tweede rapport. Hierop zijn drie uitzonderingen:

    • Overplaatsing vanuit vmbo-gt 3 naar vmbo-kader 3.
    • Binnen havo/vwo (mogelijk tot de Kerstvakantie) kan alleen bij het eerste rapport.
    • Binnen het lwoo is geen tussentijdse overplaatsing mogelijk.

    In alle gevallen geldt dat de tussentijdse overplaatsing alleen mogelijk is als er ruimte is in de ontvangende klas. Aan het eind van een cursusjaar is het mogelijk om op grond van de resultaten van niveau te wisselen. In april/mei wordt daarover een advies gegeven.

    Godsdienst

    Voor het vak godsdienst geldt artikel zes van het schoolreglement: als voor het vak godsdienst geen voldoende eindcijfer wordt behaald, wordt een leerling niet geplaatst in het volgende cursusjaar. Het maakt hier niet uit of het gaat om een voortzetting van de studie in dezelfde of in een andere leerweg. Bepalend is het gemiddelde jaarcijfer. Leerlingen die een onvoldoende voor godsdienst hebben, maar voor de andere vakken wel voldoen aan de overgangsnormen krijgen de mogelijkheid een herkansing voor het vak godsdienst te maken.

    Mogelijkheid van beroep bij overgangsbeslissingen

    Leerlingen en ouders/verzorgers hebben de mogelijkheid om in beroep te gaan als ze een bezwaar hebben tegen een overgangsbeslissing. Dat kan alleen als voldaan wordt aan de volgende criteria:

    • Het bezwaar moet altijd betrekking hebben op een leerling in de bespreekmarge. Deze bespreekmarge staat vermeld in de aan het begin van dit hoofdstuk genoemde tabel met overgangsnormen (bijlage 7 bij downloads). Als een leerling buiten de bespreekmarge valt, kan dus geen bezwaar worden gemaakt.
    • Een uitzondering hierop is als er omstandigheden zijn geweest, die op de behaalde resultaten van invloed zijn geweest en op het moment van de overgangsbeslissing niet bekend waren bij de docentenvergadering. Deze invloed moet wel aangetoond kunnen worden.
    • Het beroep moet per e-mail worden ingediend bij de mentor. Dat dient uiterlijk om 09.00 uur op donderdagmorgen van de laatste schoolweek te zijn gebeurd. Op deze donderdag vergadert de commissie nadere beslissingen. Deze commissie is samengesteld uit: vertegenwoordigers van de afdelingsdirectie, de afdelingsleider en de mentor. De beslissing die deze commissie neemt is bindend.